Waar we trots op zijn

Thierry: Mijn mooiste project? Voor mij is ieder project waarbij het lukt om – dankzij een voortreffelijke samenwerking – een uniek resultaat te realiseren, spraakmakend. Een mooi voorbeeld hiervan: in mijn woonplaats Purmerend heb ik een prachtige samenwerking tussen verschillende zorgverleners mogen begeleiden. Het lukte om een grote zorgaanbieder, een huisarts, fysiotherapeut en andere specialistische dienstverleners onder één dak te krijgen, en dat ook nog eens in kort tijdbestek. Inmiddels wonen ze alweer enige tijd samen en is het een succesvolle samenwerking. Dat merk je als de ene patiënt tegen de ander zegt: “het is zo fijn dat de dokters bij elkaar zitten! Dan kunnen ze samen voor mijn gezondheid zorgen!” Daar kan ik enorm trots op zijn!

Sergej: Mijn streven als onderzoeker is om via feitenanalyse urgentie en bewustwording te kweken bij bewoners, ondernemers en organisaties voor sociaaleconomische vraagstukken en kansen. Als dat lukt, en partijen, die voorheen weinig met elkaar te maken hadden of deden, in beweging komen, is de missie geslaagd. Gelukkig maak ik dat regelmatig mee. Zo heb ik voor tuinders in Emmen een paar jaar geleden de kansen geschetst van bio based productie van grondstoffen voor de farmaceutische industrie. Hoe groot de stap voor tuinders om dit te gaan doen ook is, enkele van hen zijn toen wel op het idee gebracht en zijn toen uiteindelijk ook ingestapt. Een ander voorbeeld is een project in Meppel gericht op innovatiebevordering. Daar zie ik momenteel onder mijn eigen ogen spontane coalities ontstaan tussen zorgaanbieders om het zorgaanbod te bundelen, tussen scholen en 3D-printing bedrijven om het fenomeen in het basisonderwijs te introduceren. Die kracht van ondernemerschap is fascinerend en indrukwekkend om te zien!

Gerard: Ver voor de introductie van de eerste buurtbeheerbedrijven was ik behulpzaam bij het oprichten van de Beheerinstelling Romolenpolder in Haarlem (1990). De bewoners wilden de duurzame wijk Romolenpolder, tot stand gekomen met een grote mate van participatie van diezelfde bewoners, op ecologische wijze beheren. Zowel het onderhoud aan de openbare ruimte als het afvalbeheer kwamen via de Beheerinstelling in handen van de bewoners. Het beheer van de openbare ruimte werd gefinancierd uit de daarvoor beschikbare gemeentelijke middelen. Het intensieve afvalstoffenbeheer (er werd in 6 fracties huis-aan-huis opgehaald door een eigen vuilnisman) werd betaald uit de besparing op het storten van restafval. Het zelf ophalen van afvalstoffen werd na een aantal jaren stopgezet omdat de scheiding ervan in diverse fracties steeds gangbaarder werd en het verdienmodel derhalve onvoldoende meer opleverde om een eigen ophaaldienst in stand te houden.