Inspiratie Gerard

Ik haal mijn inspiratie uit contacten met mensen, maar ook uit boeken en berichten die ik van deze en gene krijg aangereikt. En dan word ik vooral blij van lezen van of over nieuwsgierige mensen.

Zo stond er vandaag (6 maart 2015) een stukje in de krant over het onderzoek naar de betekenis van het elkaar een hand geven. Dat gebruik schijnt al duizenden jaren oud te zijn. Tot nu toe hebben historici betoogd dat het elkaar een hand geven bedoeld is om te laten zien dat je ongewapend ben en dus vredelievende bedoelingen hebt. De onderzoekers uit de krant vonden die verklaring kennelijk onvoldoende en kwamen met een andere. Hun onderzoek liet zien dat mensen na het handen schudden opvallend vaker hun gezicht/neus aanraken dan normaal en dan echt aan de hand ruiken waarmee zij de ander de hand hebben geschut. De onderzoekers verklaarden dit uit het feit dat de geur van zweet informatie geeft over de gezondheid en de gemoedstoestand en de handen schudders op die manier elkaars bedoelingen beter kunnen inschatten. Vooral interessant vind ik dan het feit dat de onderzoekers die tamelijk plausibele verklaring van ongewapend zijn ter discussie stellen. En daarna roept dit onderzoek weer allerlei vragen op: bijvoorbeeld hoe dit verschijnsel zich verhoudt tot het feit dat in sommige culturen mannen vrouwen geen hand mogen geven? (het onderzoek toonde overigens ook aan dat het verschijnsel vooral optrad tussen mensen van gelijk geslacht).

Van mijn schoonvader kreeg ik het boek “Emergence” van Stephen Johnson. Een heerlijk boek over verandering die van onderop “verschijnt”. Met uitstapjes naar neurologie, het ontwerp van computerspellen, stedenbouw en controle-theorie. Ook hier worden mensen beschreven die vraagtekens zetten bij ogenschijnlijk in beton gebeitelde waarheden. Kent u de slijmzwam? De slijmzwam bestaat uit eencellig organismen die op gezette tijden samen klonteren en dan gezamenlijk organisch materiaal verwerken en daarna weer uit elkaar gaan. Biologen hebben zich het hoofd gebroken over de vraag hoe dat kon. Men veronderstelde dat er onder de eencelligen meer specifieke eencelligen zaten die signalen zouden afgeven die de anderen dan zouden opdragen of verleiden bijeen te komen. Enig verschil tussen de eencelligen werd nooit ontdekt, maar men dacht dat dat slechts een kwestie van tijd zou zijn.  Toeval bracht een wiskundige en een bioloog bij elkaar en zij stelden vraagtekens bij de theorie van de boodschappercellen. Zij toonden aan dat het bestaan van boodschappercellen helemaal niet nodig is om het verschijnsel te verklaren.  Eigenlijk net zo min als er een leider nodig is in een groep ganzen die netjes in een V vliegen. Dat roept bij mij dan de vraag op of we eigenlijk wel leiders nodig hebben.

We hebben een nieuwe Denker des Vaderlands – en het is een denkster deze keer:  arts en filosoof Marli Huijer. Ze laat zich inspireren door de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt.  In “De Menselijke Conditie” (1958) benoemt  Hannah Arendt drie activiteiten: arbeiden is verbonden met het onderhouden van het menselijk lichaam, werken met het scheppen en onderhouden van alles om ons heen en handelen met de interactie tussen mensen. Arendt plaatst dit handelen centraal als blijvende bron van betekenis in het leven van ieder mens, maar vooral van de mensen samen.  Huijer gaat de publieke ruimte in om te bestuderen hoe mensen zich tot elkaar en die ruimte verhouden, hoe mensen de kans krijgen en elkaar de kans geven deel te nemen aan die interactie en daarbij zichzelf mogen zijn. En dat is precies wat we bij de Groene Eend ook doen – de straat op, in gesprek – de identiteit van een gebied aflezen aan dat intermenselijk handelen – om de betekenis van een gebied te achterhalen, te verduidelijken, te voeden en te vernieuwen.

Heerlijk al die boeken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *